Vaccins worden al meer dan 200 jaar op grote schaal toegepast, beginnend met de bestrijding van pokken.
Het klassieke principe was vaak: het virus kweken en onschadelijk maken (verzwakt of “gedood”, in elk geval zo aangepast dat het zich niet laat vermeerderen). Tegenwoordig bestaan er ook vaccins die alleen een specifiek onderdeel van het virus gebruiken.
Het doel van vaccins is om het immuunsysteem te trainen. Door het op een veilige manier kennis te laten maken met het virus, bouwt het lichaam geheugencellen op die bescherming bieden tegen infectie en vooral tegen ernstige ziekte.
Een mRNA-vaccin gebruikt daarvoor een andere methode. Het bevat geen virus, maar een boodschapper (mRNA) die lichaamscellen het spike-eiwit laat produceren, waarna het immuunsysteem daarop reageert.
Maar wat verwachten we dan van een goed vaccin?
- Minder besmettingen
- Minder ziekenhuisopnames
- Minder sterfte
- Minder verloren levensjaren (QALY’s)
Een succesvol vaccin zorgt voor minder infecties onder gevaccineerden dan onder ongevaccineerden. Hoe sterk en hoe lang die bescherming precies aanhoudt, is echter niet altijd even duidelijk — en dat is precies wat we in het vervolg gaan bekijken.
Bescherming van de mRNA vaccins
Van de mRNA-vaccins werd vooraf geclaimd dat ze ongeveer 95% bescherming zouden bieden. Wat daarmee precies bedoeld werd, bleek later niet eenduidig.
Het meest logische uitgangspunt is hoe dan ook dat ze een groot deel van de infecties zouden moeten voorkomen.
We kijken hier specifiek naar de leeftijdsgroep 50-59 jaar. Deze groep werd als een van de laatste gevaccineerd, midden in de zomer van 2021. In september bereikte de vaccinatiegraad ongeveer 85%.
In de grafiek zien we het percentage gevaccineerden onder alle positieve SARS-CoV-2 testen.
- Bij 100% bescherming zouden er vrijwel geen gevaccineerden bij de positief getesten zitten.
- Bij 0% bescherming zou het percentage telkens ongeveer gelijk zijn aan de vaccinatiegraad.
De werkelijkheid ligt ertussenin. De blauwe streepjeslijn loopt globaal gesproken ongeveer twee maanden achter op de vaccinatiegraad. Dit suggereert dat de bescherming tegen infectie in deze periode na circa twee maanden sterk afnam. In november was het aandeel gevaccineerden onder de positief getesten al opgelopen naar ongeveer 80%, en in december bereikte het de vaccinatiegraad. Op dat moment liepen gevaccineerden evenveel kans om positief getest te worden als ongevaccineerden.
Leidt vaccinatie ook tot minder sterfte?
De cijfers laten zien dat de bescherming tegen infectie na ongeveer twee maanden sterk afneemt. De vraag is of de bescherming tegen ernstige ziekte en ziekenhuisopname langer aanhoudt. Deze periode valt precies samen met het begin van het winterseizoen.
Sinds 2021 zien we in de herfst en winter sterftepieken die deels aan griep en andere luchtweginfecties worden toegeschreven, maar waarbij COVID-19 mogelijk ook een rol speelde. Dit zien we terug in deze grafiek.
Hier zien we de oversterfte als een zwarte lijn en de vaccinaties als een groene lijn. Opvallend is dat vaccinatiecampagnes niet alleen samenvallen met een sterftegolf, maar ook telkens ongeveer drie maanden later gevolgd worden door een nieuwe sterftegolf. Een “normale” sterftegolf tijdens een epidemie heeft een glad verloop en wordt doorgaans gevolgd door een lange periode van ondersterfte. Hier zien we een grillig verloop en geen ondersterfte.
Het patroon is veranderd
Vanuit epidemiologisch gezichtspunt was de eerste COVID-19 golf een epidemie “uit het boekje”. De eerste covidgolf gedroeg zich zoals epidemiologen al tientallen jaren kennen van respiratoire epidemieën.
Respiratoire epidemieën volgen vaak een Gompertz-patroon: een asymmetrische klokvorm voor de dagelijkse aantallen, waarna doorgaans een periode van ondersterfte optreedt als gevolg van ‘harvesting’ (sterfteverplaatsing of pull-forward effect). Dat is precies wat we bij COVID-19 ook zien:
De blauwe lijn is de oversterfte bij de eerste coronagolf. Een bijna perfecte klokvorm, gevolgd door ondersterfte (het bultje rechts is de hittegolf). Een sterke aanwijzing dat de kwetsbaren die nog maar kort te leven hadden de eerste slachtoffers waren. Dat zijn ook de mensen die anders later zouden zijn overleden. Lees ook De verdwenen ondersterfte.
Als we nu kijken naar het seizoen 2021/22 (de rode lijn), dan zien we een heel ander sterftepatroon. Geen enkele gelijkenis met een Gompertz curve, die gedreven wordt door opbouw van immuniteit. Ook niet de ondersterfte na oversterfte, maar een aaneenschakeling van golven. Dit past ook bij de waarneming dat sterfte niet meer specifiek aan corona kon worden toegeschreven. De oversterfte zat vanaf dat moment ook bij alle leeftijdsgroepen. Dit beeld herhaalde zich ook bij de daaropvolgende jaren.
Of en in hoeverre de afnemende vaccinbescherming hieraan heeft bijgedragen, blijft een punt van discussie en onderzoek. Voor zover bekend is een dergelijk langdurig patroon na een respiratoire epidemie niet eerder beschreven.
Tot nu toe hebben we alleen gekeken naar het aantal overlijdens. Maar minstens zo belangrijk is hoeveel levensjaren daarbij verloren gaan. Een overlijden van een kwetsbare 90-jarige en van een gezonde 40-jarige tellen immers niet even zwaar. Daarom kijken gezondheidseconomen naar QALY’s.
Hoeveel levensjaren gaan hierdoor verloren?
Een overlijden op jonge leeftijd leidt gemiddeld tot veel meer verloren levensjaren dan een overlijden op zeer hoge leeftijd.
Wanneer een kwetsbare patiënt overlijdt aan COVID-19, is de resterende levensverwachting vaak beperkt. Een overlijden van een gezonde 40-jarige leidt daarentegen gemiddeld tot tientallen verloren levensjaren. Daarom is het zinvol om niet alleen sterfte, maar ook verloren levensjaren (LLY’s of QALY’s) te vergelijken. Hierover schreven we in 2024 al dit artikel: Hoe zit het eigenlijk met de QALYs? Inmiddels zijn ook de cijfers voor 2025 bekend.
In 2020 heeft de pandemie dus in totaal 5500 QALY’s gekost, het gevolg van overlijdens aan COVID-19. Opvallend is dat de interne maatschappelijke kosten-batenanalyse van EZK uit maart 2020 uitging van aanzienlijk hogere aantallen bespaarde QALY’s:
Volgens een interne maatschappelijke kosten-batenanalyse van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (eind maart 2020), later openbaar geworden via de WOO, zouden de coronamaatregelen circa 100.000 levensjaren (QALY’s) besparen, tegenover ongeveer 620.000 verloren levensjaren door de maatschappelijke en economische neveneffecten.
Lees ook: Voormalig CBS-directeur duidt huiveringwekkende cijfers.
In de jaren daarna is het voornamelijk het onverklaarde fenomeen, dat zijn hoogtepunt in 2022 bereikte met 90.000 QALY’s. We zien ook vooral een stijging onder de 60 jaar.
Als we de jaarcijfers totaliseren, komen we op een totaal aantal QALY’s van 372.000, oftewel 67 maal zoveel verloren jaren in vergelijking tot het eerste coronajaar. Die moeten dan nog opgeteld worden bij de maatschappelijke QALY’s van 620.000. Een miljoen QALY’s verloren in de jaren na corona en slechts 5500 door corona zelf.
Welke verklaringen zijn mogelijk?
De waargenomen verandering in het sterftepatroon vraagt om een verklaring. Op basis van de grafieken alleen kan echter geen oorzaak worden vastgesteld. Verschillende factoren zouden een rol kunnen spelen, zoals veranderingen in de virusvarianten, opgebouwde immuniteit, veranderingen in de samenstelling van de bevolking, uitgestelde zorg, vaccinatie of andere nog onbekende factoren.
Dit artikel probeert niet al deze verklaringen afzonderlijk te bewijzen of uit te sluiten. Het doel is uitsluitend te laten zien dat het sterftepatroon sinds 2021 duidelijk afwijkt van het klassieke verloop van respiratoire epidemieën en dat dit gepaard gaat met een groot verlies aan levensjaren. Welke factor of combinatie van factoren hiervoor verantwoordelijk is, vraagt om nader onderzoek.
Wat mag u verwachten van uw prik in september
Wat denkt u zelf te verwachten als u besluit de prik in september toch weer te nemen? Ongetwijfeld verwacht u dat uw kans te overlijden kleiner zal zijn dan wanneer u de prik niet neemt.
Uit bovenstaande kunnen we echter twee belangrijke conclusies trekken:
- Op basis van deze gegevens lijkt vaccinatie een extra bescherming tegen infectie door het SARS-CoV-2 virus gedurende de eerste twee herfstmaanden te geven. Vanaf december lijkt de extra bescherming te zijn verdwenen.
- De beschikbare gegevens laten zien dat de bescherming tegen infectie beperkt in duur was en dat zich sinds 2021 een afwijkend sterftepatroon heeft ontwikkeld. Voor de oorzaak van dit patroon bestaat op dit moment geen algemeen aanvaarde verklaring. Op basis van de hier besproken gegevens kan niet worden vastgesteld dat de vaccinatiecampagnes dit patroon hebben voorkomen.
Een goed vaccin mag uiteindelijk worden beoordeeld op zijn resultaten. Nu de gegevens over meerdere jaren beschikbaar zijn, kan iedereen zelf beoordelen in hoeverre de oorspronkelijke verwachtingen zijn uitgekomen.
